Toepassingsgebied
 |
Gevels vanaf 75° tot 90° helling. |
 |
Zowel voor verbouwingen als nieuwbouw. |
VMZINC®, naar keuze
Bijzonderheden van deze techniek
 |
Het VMZINC® wordt op de bebording gemonteerd. |
 |
Er is een continu doorlopende geventileerde ruimte van minimum 20 mm achter deze bebording voorzien over het geheel van de gevelvlakken. |
 |
Doorlopende ventilatieopeningen worden onderaan en bovenaan de gevelbekleding voorzien. |
 |
Een degelijk dampdoorlatende folie (bouwpapier), voldoende stijfheid en een efficiënte bevestiging van de isolatiepanelen op hun draagstructuur zijn noodzakelijk zodat de isolatiepanelen niet kunnen bewegen en hierdoor de ventilatie afsluiten (volgens richtlijnen fabricant van de isolatie). |
Draagstructuur
 |
Bebordingsplanken uit dennenhout (rode of witte Noorse grenen), zuiver en droog, breedte 100 tot 150 mm, dikte 18 tot 24 mm naargelang de tussenafstand van de kepers. |
 |
Eventuele houtbeschermingsprodukten (schimmelwerende, insectbestrijdende,…) moeten droog en volledig neutraal zijn tegenover VMZINC®. |
 |
Gevels tussen 75° en 90° helling: de bebordingsplanken worden verticaal gemonteerd met een opening van 3 tot 5 mm. |
 |
Gevels met helling groter dan 90°: de bebordingsplanken worden verticaal gemonteerd, 400 mm as-op-as. Het is aan te raden om voor het gedeelte van de gevel in de nabijheid van voorbijgangers een doorlopende bebording te voorzien tot een hoogte van 2 m. |
 |
Het niveauverschil tussen de bebordingsplanken mag 1 millimeter niet overschrijden. De ruimte die ontstaat, bij het verplaatsen van een rei van 600 mm lang, tussen de rei en de ondergrond mag niet groter zijn dan 2 mm. |
 |
De bevestigingsmiddelen worden in het hout verzonken om alle contact met het
VMZINC®‚ te vermijden. |
|
 |
Vanaf 75° tot 90° (verticaal). |
 |
Zowel voor verbouwingen als nieuwbouw. |

2 plaatsingstypes:
De staande naad wordt horizontaal of verticaal geplaatst. |
|