Toepassingsgebied
 |
Daken vanaf 3° helling (5%) tot verticaal. |
 |
Binnenklimaatklasse 1, 2 en 3. |
 |
Zowel voor verbouwingen als nieuwbouw. |
VMZINC®, naar keuze
Bijzonderheden van deze techniek
 |
Het VMZINC® wordt op de bebording gemonteerd. |
 |
Er is een continu doorlopende geventileerde ruimte van minimum 40 mm onder de bebording nodig over het geheel van de dakvlakken. |
 |
Doorlopende ventilatie-openingen aan voet en nok zijn nodig. |
 |
Een doorlopend dampopen waterdichte folie aan de koude zijde van de isolatie en een dampscherm, conform binnenklimaatklasse, correct gemonteerd aan de warme zijde van de isolatie, zijn noodzakelijk voor een duurzame werking van de dakconstructie. |
Draagvlak
 |
Bebordingsplanken uit dennenhout (rode of witte Noorse grenen), zuiver en droog, breedte 100 tot 150 mm, dikte 18 tot 24 mm naargelang de tussenafstand van de kepers. |
 |
Eventuele houtbeschermingsproducten (schimmelwerende, insectbestrijdende,…) moeten droog en volledig neutraal zijn tegenover VMZINC®. |
 |
Tussen de bebordingsplanken wordt een opening van 3 tot 5 mm gelaten. Ze worden loodrecht op de baanrichting van het dak gemonteerd en stevig vastgemaakt op de draagstructuur. |
 |
Het niveauverschil tussen de bebordingsplanken mag de 1 mm niet overschrijden. De ruimte die ontstaat, bij het verplaatsen van een rei van 600 mm lang, tussen de rei en de ondergrond mag niet groter zijn dan 2 mm. |
 |
De bevestigingsmiddelen worden in het hout verzonken om alle contact met het
VMZINC® te vermijden. |
|
 |
Daken vanaf 3° helling (5%) tot verticaal. |
 |
Binnenklimaatklasse 1, 2 en 3. |
|