Alle zinkwerken moeten het VMZINC® in de mogelijkheid laten uit te zetten en te krimpen. De lineaire uitzetting van het VMZINC® bedraagt 0,022 mm per meter en per graad Celsius.
Voorbeeld:
In Nederland liggen de in aanmerking te nemen temperatuurschommelingen van het oppervlak van het metaal tussen - 20°C in volle winter en + 80°C in volle zomerzon.
Bij een omgevingstemperatuur tijdens de plaatsing van 20°C, moet men rekening houden met:
:
. 60°C naar boven toe (uitzetting),
. 40°C naar onder toe (inkrimping).
Contact met de buitenlucht laat de aanvoer van CO2 toe dat de vorming van de natuurlijke beschermende patinalaag op het VMZINC® bevordert.
Zonder contact met de buitenlucht kan het VMZINC® met het eventuele condenswater een chemische reactie aangaan. Dit kan leiden tot een agressieve corrosie die begint aan de onderzijde van het VMZINC® en die slechts zichtbaar zal worden wanneer het VMZINC® volledig geperforeerd is.
Ventilatie aan de onderzijde van het VMZINC® dat geplaatst is op bebording of op de DELTA-VMZ film is daarom absoluut noodzakelijk voor de duurzaamheid en de levensduur.
De beste ventilatie wordt verkregen door een doorlopende luchtinvoer aan de voet en een doorlopende luchtafvoer aan de bovenzijde van het dak of gevel.
Bij plaatsing op bebordingsplanken zal men op deze manier zowel de onderzijde van de planken alsook de onderzijde van het VMZINC® ventileren.
Bij plaatsing op de DELTA-VMZ film zal men op deze manier de onderkant van het metaal ventileren. De circulerende lucht tussen de noppen van de film zorgen voor deze ventilatie.
Wanneer voet- nokventilatie onmogelijk is wordt deze vervangen door een ander systeem van ventilatie, bijvoorbeeld ventilatiekapjes (vanaf 40% helling) of ventilatiebuisjes.
Deze luchtopeningen worden zorgvuldig verdeeld om de ventilatie van de volledige oppervlakte van het dak te verzekeren.
Een rooster met kleine mazen (<2 mm) voorkomt het indringen van wespen, vogels, knaagdieren, enz.
De minimale hoogte van de luchtlaag onder de bebordingsplanken is 40 mm.
De totale luchtopening (dakvoet + nok) moet telkens 1/1000 van het dak-oppervlak met een minimum van 10 mm breedte voor de continue ventilatie-opening zijn.
Men kan die ventilatieopening lichtjes verminderen op voorwaarde dat de isolatie en het onderdak zeer verzorgd geplaatst zijn.
Het is aan te raden de totale nokventilatie 1,5 maal groter te nemen dan de totale voetventilatie. Ingeval de dakhelling langer is dan 13 meter dient men tussenventilatie te voorzien.
Onder de ventilatieruimte bevindt zich meestal de isolatie. Om te beletten dat door het plaatsen van de isolatie de luchtlaag kortgesloten wordt of dat er eventueel condensatievocht deze isolatie zou bevochtigen, kan het nuttig zijn een onderdak (dampdoorlatende folie voor gevels) op de isolatie te voorzien. Dit onderdak is damp-open en mondt uit in de (bak)goot of in de vrije ruimte.
Het onderdak verhindert ook de luchtstroming van (koude) buitenlucht naar de binnenzijde van het gebouw.
Bijzonderheden bij het plaatsen van de DELTA-VMZ film:
De ventilatieruimte tussen de noppen van de film, rechtstreeks in contact met het VMZINC®, is voldoende om de onderzijde van het VMZINC® te ventileren.
Deze dakbedekkingstechniek wordt "geventileerd" genoemd omdat het VMZINC® aan de onderzijde geventileerd is. Indien er zich geen ventilatie ruimte bevindt onder het draagvlak van de DELTA VMZ-film wordt het dakcomplex als een warm dak beschouwd.
In elk geval, door het toegenomen isolatieniveau van constructies, is het raadzaam om een efficiënt en duurzaam dampscherm conform de binnenklimaatklasse te plaatsen aan de warme zijde van de isolatie.
Rechtstreeks contact tussen VMZINC® en hout moet steeds beoordeeld worden om mogelijke aantasting van het zink te vermijden.
1. VMZINC® in contact met hout als steunvlak
Bebording is de meest gebruikte draagconstructie voor dak- en gevelbekleding door zijn samenstelling met eenvoudige elementen, soepel (voor ronde en conische vormen) en goedkoop.
1.1 Toegestane en verboden looizuren van hout in combinatie met
VMZINC®
Toegestane looizuren (compatibel)
Verboden looizuren
Dennenboom
(rode of witte Noorse grenen)
Lork
Sparrenboom
Eik
Sylvester greneboom
Kastanje
Populier
Rode en witte ceder
Douglas greneboom
Alle looizuren met pH < 5
1.2 Compatibiliteit van behandelde houtproducten in combinatie met VMZINC®
Het is noodzakelijk om bij gebruik van behandeld hout, de compatibiliteit van de houtbehandelingsproducten met VMZINC® na te gaan (zie tabel hieronder).
Indicatieve tabel van producten voor houtbehandeling *
Type van behandeling
Componenten
Compatibiliteit met
het VMZINC *
Classe
Niet fixerende metaalhoudende zouten
mono-samengestelde zouten gebruikt in water (fluor, borium of koper)
NEEN
C1
Fixerende metaalhoudende zouten
complexe metaalhoudende zouten die chroom bevatten om de actieve metalen te fixeren (CCA, CCB)
studie lopende (zie fabricant)
C1 tot C5
Organische producten
bevatten aardoliesolventen
JA
C1 tot C3
Emulsies
gebruiken water als geleider tesamen met in water on oplosbare synthesestoffen
JA
C1 tot C2
Gemengde producten
verenigen metaalhoudende componenten (koper, borium) met synthesemolecules
te bepalen
(zie fabricant)
C1 tot C4
Creosoot
samengesteld uit actieve stoffen voortkomend uit de distillatie van steenkool
te bepalen
(zie fabricant)
C4
* telkens het advies van de lijmfabricant inwinnen
1.3 Compatibiliteit van lijmen en siliconenen in combinatie met VMZINC®
Bij minder gebruikelijke draagstructuren (bvb. houten panelen) is het aan te raden om de compatibiliteit van al de bestanddelen (b.v. lijmen) van deze draagstructuren met het VMZINC® na te gaan. Bij compatibiliteit moet men zorgen voor een mogelijkheid tot ventilatie van de onderzijde van het VMZINC® (zie tabel hieronder).
Indicatieve lijst lijmen & siliconen
Toegelaten producten* (compatibel)
Niet toegelaten producten* (niet compatibel)
De polyurethanen
De acetische siliconen
Niet acetische siliconen
De zuurhoudende epoxies
De MS Polymeren
Ureum/melanine/phenol-formaldehyde (lijmen voor hout of panelen)
De acrylaten
(volgens het gebruikte reagens)
2. Gebruik van hout, hogergelegen dan het VMZINC®
Het gebruik van niet-compatibele houtsoorten boven VMZINC® (b.v. niet-compatibele houten gevelbeplanking of beplating boven een VMZINC® oppervlak) is verboden.
Afspoeling van het hout en de eventuele looizuren/behandelingsproducten kunnen leiden tot een snellere aantasting van het zink of vlekvorming en verkleuring van de zinkpatina veroorzaken.
Neerslag van een slecht geregelde olieverwarming op het VMZINC® veroorzaakt onherstelbare schade.
Een regelmatige afstelling van de verwarmingstoestellen en gebruik van brandstof conform de normen, vermijdt deze corrosievorm.
Het gebruik van een "afdekkap" op een schoorsteen kan agressieve neerslag op het VMZINC® veroorzaken. Daarom is het aan te raden om gebruik te maken van een niet-bedekte afwerkingsbuis als schoorsteen boven een olieketel.
Transport en opslag moet gebeuren in een droge, geventileerde omgeving met stabiele temperaturen zodat er geen witroestvorming kan optreden.
Wanneer VMZINC® in contact komt met vocht in afwezigheid van koolstofdioxide, kan de beschermende laag zich niet vormen. De corrosie die zich in dat geval vormt aan de oppervlakte van het VMZINC® wordt witte roest genoemd.
Deze vorm van corrosie biedt geen enkele bescherming voor het VMZINC®.
Zij kan ook blijvende en niet esthetische sporen achterlaten op het dak of de gevel.
Wij raden dan ook af om elementen die met deze witte roest aangetast zijn te plaatsen.
Algemeen moet men de film onmiddellijk na het plaatsen van het VMZINC® en in één keer over de hele oppervlakte, weghalen.
Uitzonderingen op deze regel:
.
Bij daken, wanneer men nog op het dak moet zijn voor het uitvoeren van diverse werkzaamheden.
.
O.a. wanneer men nog op het dak moet zijn voor het uitvoeren van metselwerk, voegen, stukadoren van de muren, plaatsen van veranda's, veiligheidsmateriaal, en van verlichtingsmateriaal, enz.
Bij gevels, wanneer de gevelbekleding grenst aan het maaiveld en er nog werkzaamheden rond het gebouw uitgevoerd moeten worden.
De film mag in geen geval langer dan een maand op het geplaatste VMZINC®‚ blijven.
Het geprepatineerde QUARTZ-ZINC® en ANTHRA-ZINC® wordt bekomen door een oppervlaktebehandelingsmethode van Natuurlijk VMZINC®. Het betreft een natuurlijke, versnelde patina en niet een verf of kleuring.
Zoals bij elke patina evolueert de wijziging in de kristallijne metaalstructuur aan beide zijden mettertijd. Hierdoor is het normaal om kleine variaties in de tint vast te stellen tijdens de plaatsing op éénzelfde dakhelling of gevelzijde.
Algemeen moet men vermijden om op het reeds geplaatste VMZINC® te lopen, zelfs als deze beschermd is door een film.
Anderzijds, indien nodig is het aan te raden om gebruik te maken van speciaal tot dit doel dienende ladders en aangepaste veiligheidsschoenen voorgladde bedekkinger te dragen. Natuurlijk VMZINC®, gelakt VMZINC® en de geprepatineerde versies, al dan niet bedekt door een film, zijn glad, vooral als ze vochtig zijn.
Zorg er steeds voor dat u conform de veiligheidsnormen op de bouwplaats werkt en dat u steeds met een veiligheidslijn geborgd bent.
Bij het uitvoeren van werkzaamheden in de omgeving van het VMZINC® (crepie, voegen, stucadoorswerk,…) is het noodzakelijk om het reeds geplaatste VMZINC® te beschermen waarbij deze bescherming een goede ventilatie van de bovenzijde van het VMZINC® toelaat.